Skip to content

Jom Kipoer

jom Kipoer. Grote verzoendag
Jom Kipoer. Grote verzoendag

Jom Kipoer (Hebreeuws יום כיפור) betekent letterlijk ‘dag van de boetedoening; in het Nederlands, Grote Verzoendag. Het valt op de 10e dag van de maand Tisjri.

Jom Kipoer is de belangrijkste en meest heilige dag van het jodendom. Op deze dag oordeelt God namelijk over de mens en beslist Hij over het lot van de mensen in het komende jaar.

Jom Kipoer begint zoals elke joodse dag altijd op de vooravond, zodra de zon onder is gegaan, en duurt tot de volgende dag zonsondergang. Deze gehele periode wordt er gevast. D.w.z. er mag niet worden gegeten maar ook niet worden gedronken. Dit geldt uiteraard alleen voor gezonde mannen en vrouwen. Behalve het vasten mag er op Jom Kipoer niet worden gewerkt, mag er geen geslachtsgemeenschap zijn en mag men zich niet bedienen van luxe.

Tien Dagen van Inkeer
De aanloop naar Jom Kipoer begint al tien dagen eerder op Rosj HaSjana, het joodse nieuwjaar.
Deze eerste tien dagen van het nieuwe jaar worden de ‘tien dagen van inkeer’ genoemd. Tijdens deze periode wordt gebeden om vergiffenis voor de zonden die men het afgelopen jaar begaan heeft. De periode wordt ook gebruikt om ruzies bij te leggen en vergeving te vragen aan een ieder die men het afgelopen jaar onrecht heeft aangedaan.

Volgens de joodse overlevering en de Talmoed bestaat er in de hemel een symbolisch boek waarin van ieder mens zijn of haar goede en slechte daden beschreven staan. Op Rosh HaSjana wordt het boek geopend en heeft de mens tien dagen de tijd om zijn zonden te overdenken en ruzies of geschillen met anderen bij te leggen. Slechte daden kunnen mogelijk door God worden vergeven en goede daden zullen direct worden opgeschreven in het boek. Op Jom Kippoer wordt het boek gesloten en zal het lot van ieder mens voor het komende jaar bezegeld zijn.

In tegenstelling tot de ‘tien dagen van inkeer’ waarop zowel de zonden richting de medemens alsook richting God worden overdacht, wordt op Jom Kipoer enkel nog vergeving gevraagd voor de zonden richting God. In het bijzonder vraagt men vergeving voor alle niet nagekomen geloften die zijn uitgesproken in de gebeden met God.

Kol Nidrei
Op de vooravond van Jom Kipoer wordt in de synagoge het Kol Nidrei (‘Alle Geloften’) gezongen.
Het Kol Nidrei is strikt genomen geen gebed maar een gesproken verklaring waarin men vraagt om alle niet nagekomen geloften nietig te laten verklaren.
De auteur en de leeftijd van het Kol Nidrei zijn onbekend maar het bestaat in ieder geval al sinds 800 na Chr. De oorsprong ligt echter al voor de verwoesting van de Tweede Tempel in het jaar 70.

Ieder jaar op Jom Kipoer ging de hogepriester de joodse Tempel binnen om een ram en twee geitenbokken te offeren. Hij zong dan een lied over zijn zonden, over de zonden van de overige priesters en over de zonden van heel Israël. Eén van de geitenbokjes werd in leven gehouden en moest symbolisch de zonden van de mens op zich nemen. Het bokje werd vervolgens in de woestijn vrijgelaten om daar te sterven.  De term ‘zondebok’ heeft hier zijn oorsprong.

De melodie van het Kol Nidrei is in de 18e eeuw opgeschreven. Max Bruch heeft in 1880 een gelijknamig muziekstuk voor cello en orkest gecomponeerd welke wereldberoemd is geworden.