Skip to content

Veelgestelde vragen

In onderstaande rubrieken vindt u antwoorden op veelvoorkomende vragen.
De vragen en antwoorden kunt u filteren op onderwerp. Staat uw vraag er niet tussen? Stel hem aan de rabbijn!

De menora

De menora

De menora is oorspronkelijk een gouden kandelaar of luchter die in het Heilige deel van de Tabernakel stond en later ook in zowel de 1e en 2e Tempel. Letterlijk betekend menora ‘lamp’ of ‘luchter’. De menora heeft zeven armen. Het is één van de oudste symbolen van het jodendom. Volgens de Hebreeuwse Bijbel, de Tenach, moest Mozes van God een zevenarmige kandelaar laten maken en deze plaatsen in de Tabernakel. Deze zevenarmige kandelaar zou de brandende braamstruik symboliseren die Mozes zag op de berg Sinaï.

De Talmoed beschrijft dat de menora alleen bedoeld was voor gebruik in de Tempel. In huizen en synagoges behoort men andere verlichting te gebruiken.

De Boog van Titus
Het is zeker dat er een menora heeft gestaan in de Tweede Joodse Tempel. Hoe deze menora eruit moet hebben gezien weten wij aan de hand van afbeeldingen op de Triomfboog van Titus. De Triomfboog van Titus staat in Rome en stamt uit het jaar 81 voor de gewone jaartelling. De reliëfs in de boog verhalen over het neerslaan van de joodse opstand en de verwoesting van Jeruzalem door keizer Titus. De Joodse Tempel werd daarbij geplunderd en de kostbaarheden, waaronder de menora, werden meegevoerd naar Rome. Een afbeelding hiervan op de boog toont ons hoe de menora eruit moet hebben gezien.

De Boog van Titus
De Boog van Titus

Embleem van de Staat Israël
Sinds 1948 is de menora tevens onderdeel van het embleem van de staat Israël. De twee olijftakken aan weerszijde van de menora zijn een symbool van vrede.

Embleem van Israël, de menora
Embleem van Israël, de menora
Menora bij de Knesset
Menora bij de Knesset

Bronnen in de Tenach die iets vertellen over de menora
Exodus 25:31:36
“Je moet een kandelaar van zuiver goud maken, één stuk gedreven werk moet de kandelaar worden; zijn voetstuk, zijn schacht, zijn bloemkelken, knoppen en bloesems moeten er uit één stuk zijn.  Zes armen moeten er uit zijn zijkanten komen.”

Zacharia 4:2-3
“Ik zie daar een kandelaar, geheel van goud, met een oliehouder aan zijn top. Hij heeft zeven lampen (…) en er zijn twee olijftakken bij, een aan de rechterzijde van de kandelaar en de andere aan de linkerzijde.”

De chanoekia
Behalve de zevenarmige menora bestaat er ook een achtarmige menora. Deze wordt ook wel chanoekia genoemd omdat deze alleen voor Chanoeka gebruikt wordt. De chanoekia bestaat uit acht armen plus één extra welke de sjamasj of ‘dienaarkaars’ genoemd wordt. Deze negende arm staat iets apart van de overige acht armen. Met deze extra kaars steekt men de overige kaarsjes aan.

Chanoeka

Chanoeka

Aansteken menora
Aansteken menora

Chanoeka (Hebr. חנוכה) betekent letterlijk ‘inwijding’.
Chanoeka wordt ook wel het feest van de lichtjes of lichtfeest genoemd. Het Chanoekafeest duurt acht dagen en het verwijst naar een bijzondere gebeurtenis in het jaar 164 voor de gewone jaartelling.

Het verhaal van Chanoeka
Het verhaal van Chanoeka speelt zich af rond 160-170 voor de gewone jaartelling.
Antiochus IV Epiphanes, de koning van Syrië, heerste over een groot gebied van het Midden-Oosten waaronder het huidige Israël. Antiochus was een wrede heerser die alles verbood wat niet paste binnen de Griekse cultuur. Ook het Joodse volk moest zich van hem aan de Griekse cultuur onderwerpen. Joden mochten niet langer hun geloof belijden. Zij mochten niet meer uit de Bijbel lezen en het was verboden om de joodse feestdagen en de sjabbat te vieren. Later werden de joden ook gedwongen om heidense altaren op te richten in o.a. de joodse Tempel. Daar moesten zij onreine dieren offeren aan Baal Ha’sjamaim, de Syrische versie van de Griekse god Zeus.

Juda de Makkabeeër
Als gevolg van deze onderdrukking begon een kleine groep joden een opstand tegen het leger van Antiochus. De groep werd geleidt door Juda (Jehoeda) de Makkabeeër. De groep was succesvol en verwierf steeds meer aanhangers. Ze veroverden steeds meer stukken land terug uit de handen van de Griekse bezetter. De manschappen van Juda de Makkabeeër kregen hierdoor al snel de bijnaam ‘de Makkabeeërs’. Na drie jaar bloedige strijd bereikten de Makkabeeërs Jeruzalem en was het leger van Antiochus definitief verslagen.

De herinwijding van de Tweede Tempel
Toen Juda en zijn manschappen de Tempel binnenkwamen zagen zij dat de Grieken alles vernield hadden. De joodse Tempel was ontheiligd en moest opnieuw ingewijd worden. Alle afgodsbeelden en onreine dieren moesten uit de Tempel verwijderd worden en er moest een nieuw altaar komen.

Het wonder van het olielampje
Ook de menora, de zevenarmige kandelaar die in de Tempel stond, moest worden gereinigd en weer opnieuw worden aangestoken. De menora brandde op zeven olielampjes. De olie in deze lampjes moet koosjer zijn, dat wil zeggen op een rituele wijze bereidde en gezuiverde olijfolie. De gezuiverde olie zat in kruikjes die door de hogepriesters waren voorzien van een keurzegel. De Grieken hadden echter alle zegels van de kruikjes verwijderd waardoor niet met zekerheid gezegd kon worden dat de inhoud koosjer was. Er was nog slechts één oliekruikje voorradig dat nog wél verzegeld was. Maar met de olie uit dit kruikje zou de menora slechts één dag kunnen branden. Toch besloten de Makkabeeërs het enige verzegelde oliekruikje aan te breken en te gebruiken om de menora mee aan te steken. Als door een wonder brandde de menora acht dagen lang op dit ene kruikje. Het was precies de tijd die nodig was om nieuwe olie te persen en koosjer te maken.

Met Chanoeka worden twee zaken gevierd
Als eerste natuurlijk de herinwijding van de Tweede Tempel door Juda de Makkabeeër en het wonder van de olie die acht dagen brandde. Als tweede het verzet en de militaire overwinning van het Joodse volk op de Griekse bezetters. Het Chanoeka feest staat daarom ook symbool voor het behoud van de eigen joodse identiteit en is daardoor bij zowel religieuze alsook seculiere joden een populair feest.

Gebruiken tijdens Chanoeka
Chanoeka duurt acht dagen. Men gebruikt op Chanoeka een speciaal soort menora, namelijk een met acht armen i.p.v. zeven. Deze menora wordt ook wel chanoekia genoemd. Elke avond wordt er één extra kaarsje in de chanoekia aangestoken. Op de eerste avond brandt er één kaarsje, op de tweede avond branden er twee en op de achtste avond branden ze alle acht. De kaarsjes staan symbool voor de acht dagen dat de menora in de Tempel kon blijven branden op slechts één kruikje olie. Iedere dag wordt er één extra kaarsje in de chanoekia gezet en aangestoken. De kaarsjes worden van rechts naar links neergezet maar van links naar rechts aangestoken. Op deze manier wordt het laatst bijgeplaatste kaarsje dus als eerste aangestoken. Het is gebruikelijk dat de chanoekia in het raamkozijn wordt geplaatst zodat deze vanaf de straat zichtbaar is.

Latkes en soefganiot
Tijdens Chanoeka is het gebruikelijk om in gerechten olijfolie te gebruiken. Men eet in olijfolie gebakken aardappelpannenkoekjes (latkes) en met jam gevulde oliebollen (soefganiot).

soefganiot en latkes
soefganiot en latkes

Chanoeklaas
Chanoeka is ook een tijd waarin men elkaar cadeautjes geeft. Volgens traditie krijgen de kinderen wat geld waarvan zij een deel aan liefdadigheid (tsedaka) moeten besteden. In België en Nederland vieren veel joodse gezinnen Chanoeka i.p.v. het Sinterklaasfeest. Met Chanoeka worden dan cadeautjes gegeven i.p.v. geld. Deze mengvorm van Chanoeka met Sinterklaas wordt daarom ook wel Chanoeklaas genoemd.

De dreidel
De dreidel of sevivon is een vierzijdig tolletje waar tijdens Chanoeka mee gespeeld wordt.
Op elk van de vier zijden van de dreidel staat een Hebreeuwse letter te weten: Noen, Giemel, Hee en SJien. Deze letters staan voor de woorden Nes Gadol Haja Sjam, wat betekent: ‘een groot wonder gebeurde daar’. In Israël is de letter Sjien vervangen door de letter Po waardoor de vertaling in Israël wordt: ‘een groot wonder gebeurde hier’.

Het spel met de dreidel draait om een pot met geld of snoepgoed. Om beurten draait men de dreidel. De letter die bovenkomt bepaalt wat iemand krijgt.

Noen: je krijgt niets.
Giemel: je krijgt de gehele pot.
Hee: je krijgt de helft van de pot.
Sjin: je moet iets bijleggen in de pot.

Het spel stopt zodra iedereen blut is, behalve de winnaar.

Tijdens de Grieks-Syrische bezetting mochten de joden niet aan Bijbelstudie doen.
De joodse kinderen studeerden vaak in het geheim in groepjes. Wanneer zij werden betrapt deden zij net alsof zij een onschuldig spelletje speelden. Vanuit deze achtergrond is het spel met de dreidel ontstaan.

Dreidel
Dreidel

Wetenswaardigheden

 De Bijbel
Het feest van Chanoeka is het enige joodse feest dat geen Bijbelse oorsprong heeft. De boeken over de Makkabeeën zijn niet opgenomen in de Hebreeuwse Bijbel, de Tenach, maar zijn in het Grieks overgeleverd als apocriefe teksten.

Antiochus de Gek
Antiochus IV Epiphanes werd vanwege zijn wreedheid, door de joden ook wel Antiochus Epimanes (Grieks voor ‘de gek’) genoemd. Antiochus overleed tijdens het hoogtepunt van de strijd aan een ziekte. Juda de Makkabeeër kwam om tijdens de strijd.

Jehoeda de Hamer
Jehoeda de Makkabeeër betekend letterlijk Jehoeda de Hamer. De naam Maccabi wordt in Israël veel gebruikt in namen van instellingen, sportclubs en producten. Een voorbeeld hiervan is de voetbalclub Maccabi Tel Aviv.

Gelijkenissen met Kerst
Chanoeka en Kerst zijn beiden ‘lichtfeesten’. De menora ziet men rond de Kerst ook bij veel niet-joodse mensen voor het raam staan. Zowel met Chanoeka als Kerst is het de traditie om in olie gebakken of gefigureerde lekkernijen te eten.

Het verschil tussen de menora en de chanoekia
De menora is oorspronkelijk een gouden kandelaar of luchter die in het Heilige deel van de Tabernakel en in zowel de 1e en 2e Tempel stond. De menora heeft zeven armen. Het is één van de oudste symbolen voor het jodendom. Volgens de Hebreeuwse Bijbel moest Mozes van God een zevenarmige kandelaar laten maken en deze plaatsen in de Tabernakel. De menora zou de brandende braamstruik symboliseren die Mozes zag op de berg Sinaï. Ook staat het symbool voor de zeven scheppingsdagen.

Waar het getal zeven staat voor de perfectie van de schepping staat het getal acht voor het bovennatuurlijke; de macht boven de aardse schepping.

De achtarmige menora wordt ook wel chanoekia genoemd omdat deze alleen tijdens Chanoeka gebruikt wordt. De chanoekia bestaat uit acht armen plus één extra in het midden welke de sjamasj (dienaarkaars) genoemd wordt. Met deze extra kaars steekt men de overige kaarsjes aan.

Chanoeka menora
De chanoekia

Chanoeka in Nederland en andere landen
De laatste jaren wordt het chanoekafeest over de hele wereld in steeds meer grote steden publiekelijk gevierd met het ontsteken van een grote menora in aanwezigheid van bestuurders en burgemeesters. In Nederland gebeurd dit dikwijls op de Dam in Amsterdam.

Simchat Thora

Simchat Thora

Simchat Thora
Simchat Thora

Simchat Thora (Hebr. שִׂמְחַת תּוֹרָה) betekent letterlijk ‘Vreugde der Wet’.

Op verschillende dagen in de week, inclusief de Sjabbat en op feestdagen, lezen de joden een klein gedeelte uit de Thora. Na precies een jaar is dan de gehele Thora gelezen en begint men weer van voor af aan. Deze dag noemt met Simchat Thora. Men viert op deze dag dat het Joodse volk van God de Thora heeft mogen ontvangen.

In Israël volgt Simchat Thora direct op het zeven dagen durende Soekot. Buiten Israël wordt Simchat Thora een dag later gevierd.
Simchat Thora begint zoals elke joodse dag zodra de zon onder is gegaan.
Op de avond van Simchat Thora wordt in de synagoge het laatste deel van de Thora (Deuteronomium 33-34) gelezen. Dit laatste stukje gaat over de dood van Mozes. Op de ochtend van Simchat Thora wordt opnieuw het laatste deel gelezen maar wordt er direct daarop ook weer begonnen bij het begin; het eerste deel van Genesis. De symboliek hiervan is dat de Thora geen begin en geen einde kent en dat men nooit uitgelezen of uitgeleerd is. De Thora stopt dus niet bij de droevige dood van Mozes, maar er wordt meteen weer doorgelezen vanaf het begin met de vreugdevolle gebeurtenis van de schepping. Het lezen van de Thora is zodoende een cyclus zonder begin en einde.

Gebruiken
Simchat Thora is een uitbundig feest welke vooral in de synagoge gevierd wordt. Tijdens de avond- en ochtenddienst worden de Thorarollen uit de ark verwijdert, in de armen genomen en wordt er met de rollen zeven rondjes gelopen rond de Bima, de verhoging in de synagoge waarop de Thorarol wordt gelezen. Deze zeven rondgangen worden hakavot genoemd. Na elke rondgang om de Bima wordt er gezongen en gedanst. Vaak worden de rollen dan ook mee naar buiten genomen en wordt er op straat verder gedanst en gezongen. Er is muziek en de kinderen krijgen snoep uitgedeeld.

Soekot – Loofhuttenfeest

Soekot – Loofhuttenfeest

Soekot wordt ook wel het Loofhuttenfeest genoemd.
Op Soekot herinneren wij ons de bescherming die God het Israëlitische volk gaf gedurende de 40 jaar durende tocht door de woestijn op weg naar het Beloofde Land. Het is een vreugdevol feest waarop wij dankbaar zijn dat we tijdens de zware tocht telkens genoeg te eten en te drinken hadden. God voorzag het Israëlische volk in alles dat zij nodig hadden.

Soekot is tevens een oogstfeest waarop de laatste oogt voor de winter werd binnengehaald. Ten tijde van de Joodse Tempel trokken mensen vanuit het hele land te voet naar Jeruzalem om daar hun eerste vruchten van de oogst naar de priesters in de tempel te brengen. Op deze manier kon men God danken voor alles dat de aarde hen had opgebracht. De voettocht naar Jeruzalem was één van de drie pelgrimstochten, ook wel Sjalosj Regaliem genoemd. De andere pelgrimstochten waren op Pesach en Sjavoeot.

De verplichting het Soekotfeest te vieren lezen we in Leviticus 23:33-43

“Op de vijftiende van de zevende maand, als jullie de oogst van het land binnenhalen, moeten jullie zeven dagen het feest van de Eeuwige vieren. (…) Nemen jullie op de eerste dag een vrucht van de Hadarboom (een Ethrog), een palmtak (takken van de boom Awoth), mirtetaken en beekwilgen en verheugen jullie je zeven dagen voor de Eeuwige, jullie God. (…) Zeven dagen moeten jullie in hutten wonen opdat jullie toekomstige geslachten het zullen weten dat Ik de Kinderen van Israël in hutten heb laten wonen toen Ik hen uit het land Egypte heb gevoerd.”

Tijdens de zeven dagen van Soekot is het dus de bedoeling om zoveel mogelijk tijd in zelfgemaakte hutten door te brengen. Er dient in ieder geval in de loofhut gegeten te worden en indien mogelijk ook geslapen. De loofhut herinnert ons aan de eenvoudige hutjes waarin de Israëlieten sliepen tijdens hun uittocht uit Egypte naar het Beloofde Land, Israël.

Vooral in Israël zie je in deze periode veel loofhutten. Vele Israëliërs plaatsen er een in hun tuin of op het balkon. De loofhut moet uitsluitend van natuurlijk materiaal gemaakt zijn zoals takken, hout, riet en bladeren. Het dak van de loofhut mag niet geheel bedekt zijn, men moet door het dak de sterren kunnen zien. De loofhut kan verder nog versiert worden met vruchten en slingers.

De loelav
Een belangrijk onderdeel van Soekot is de loelav.
Een loelav is een bundeltje bestaande uit één grote palmtak (de loelav), drie mirthetakken (hadassiem) en twee wilgentakken (aravot). Dit geheel wordt in beide handen vastgehouden samen met een grote en geurige citrusvrucht, de etrog. Het geheel symboliseert de verscheidenheid aan karaktereigenschappen binnen het Joodse volk.

  • De etrog is smakelijk en geurig en staat symbool voor hen die de Thora bestuderen en toepassen.
  • De loelav is smakelijk maar niet geurig en staat symbool voor hen die de Thora bestuderen maar niet toepassen.
  • De hassidiem hebben geen smaak maar zijn wel geurig. Zij staan symbool voor hen die geen Thorastudie doen maar er wel naar leven.
  • De aravot hebben geen smaak en geen geur. Zij staan symbool voor hen die niet aan Thorastudie doen en ook niet naar de Thora leven.

Door het geheel als bundeltje op te nemen vult de één aan wat de ander mist en vormt het Joodse volk toch één geheel.

Het is gebruikelijk om tijdens bepaalde psalmen met de loelav te zwaaien in zes verschillende richtingen namelijk de vier de windrichtingen en omhoog en omlaag. Hiermee vragen wij God te zorgen voor al het groen en geven wij aan dat Gods goedheid er voor iedereen is.

Sjemini Atseret en Simchat Thora
Direct na de zeven dagen van Soekot volgt er nog een feestdag. De achtste dag is namelijk het slotfeest, Sjemini Atseret. Op deze dag wordt gebeden om regen en begint in Israël ook Simchat Thora, Vreugde der Wet. Buiten Israël wordt Simchat Thora een dag later gevierd.

Loelav
De loelav

Jom Kipoer

Jom Kipoer

jom Kipoer. Grote verzoendag
Jom Kipoer. Grote verzoendag

Jom Kipoer (Hebreeuws יום כיפור) betekent letterlijk ‘dag van de boetedoening; in het Nederlands, Grote Verzoendag. Het valt op de 10e dag van de maand Tisjri.

Jom Kipoer is de meest heilige dag van het jodendom. Op deze dag oordeelt God namelijk over de mens en beslist Hij over het lot van de mensen in het komende jaar.

Jom Kipoer begint zoals elke joodse dag altijd op de vooravond, zodra de zon onder is gegaan, en duurt tot de volgende dag zonsondergang. Deze gehele periode wordt er gevast. D.w.z. er mag niet worden gegeten maar ook niet worden gedronken. Dit geldt uiteraard alleen voor gezonde mannen en vrouwen. Behalve het vasten mag er op Jom Kipoer niet worden gewerkt, mag er geen geslachtsgemeenschap zijn en mag men zich niet bedienen van luxe.

Tien Dagen van Inkeer
De aanloop naar Jom Kipoer begint al tien dagen eerder op Rosj HaSjana, het joodse nieuwjaar.
Deze eerste tien dagen van het nieuwe jaar worden de ‘tien dagen van inkeer’ genoemd. Tijdens deze periode wordt gebeden om vergiffenis voor de zonden die men het afgelopen jaar begaan heeft. De periode wordt ook gebruikt om ruzies bij te leggen en vergeving te vragen aan een ieder die men het afgelopen jaar onrecht heeft aangedaan.

Volgens de joodse overlevering en de Talmoed bestaat er in de hemel een symbolisch boek waarin van ieder mens zijn of haar goede en slechte daden beschreven staan. Op Rosh HaSjana wordt het boek geopend en heeft de mens tien dagen de tijd om zijn zonden te overdenken en ruzies of geschillen met anderen bij te leggen. Slechte daden kunnen mogelijk door God worden vergeven en goede daden zullen direct worden opgeschreven in het boek. Op Jom Kippoer wordt het boek gesloten en zal het lot van ieder mens voor het komende jaar bezegeld zijn.

In tegenstelling tot de ‘tien dagen van inkeer’ waarop zowel de zonden richting de medemens alsook richting God worden overdacht, wordt op Jom Kipoer enkel nog vergeving gevraagd voor de zonden richting God. In het bijzonder vraagt men vergeving voor alle niet nagekomen geloften die zijn uitgesproken in de gebeden met God.

Kol Nidrei
Op de vooravond van Jom Kipoer wordt in de synagoge het Kol Nidrei (‘Alle Geloften’) gezongen.
Het Kol Nidrei is strikt genomen geen gebed maar een gesproken verklaring waarin men vraagt om alle niet nagekomen geloften nietig te laten verklaren.
De auteur en de leeftijd van het Kol Nidrei zijn onbekend maar het bestaat in ieder geval al sinds 800 na Chr. De oorsprong ligt echter al voor de verwoesting van de Tweede Tempel in het jaar 70.

Ieder jaar op Jom Kipoer ging de hogepriester de joodse Tempel binnen om een ram en twee geitenbokken te offeren. Hij zong dan een lied over zijn zonden, over de zonden van de overige priesters en over de zonden van heel Israël. Eén van de geitenbokjes werd in leven gehouden en moest symbolisch de zonden van de mens op zich nemen. Het bokje werd vervolgens in de woestijn vrijgelaten om daar te sterven.  De term ‘zondebok’ heeft hier zijn oorsprong.

De melodie van het Kol Nidrei is in de 18e eeuw opgeschreven. Max Bruch heeft in 1880 een gelijknamig muziekstuk voor cello en orkest gecomponeerd welke wereldberoemd is geworden.

Rosj HaSjana

Rosj HaSjana

Rosj HaSjana, Sjofar
Rosj HaSjana, Sjofar blazer

Joods Nieuwjaar
Rosj HaSjana (Hebreeuws: ראש השנה – ‘hoofd van het jaar’) is het Joodse Nieuwjaar.
Het is de viering van de geboortedag van de schepping van Adam en Eva. Het markeert het begin van de rol van de mens in God’s wereld en de voltooiing van Zijn schepping. De relatie van de mens met God én tussen de mensen onderling staat tijdens de periode van Rosj HaSjana centraal.

In de 30 dagen voorafgaande aan Rosj HaSjana wordt er elke ochtend op de sjofar (ramshoorn) geblazen om de mensen eraan te herinneren dat er een bijzondere periode op komst is. De sjofar is een muziekinstrument welke men kan vergelijken met de bazuin, de voorloper van de trompet. Het bazuingeschal luidt een belangrijke gebeurtenis of periode in. Vanwege het veelvuldig gebruik van de sjofar rond het joodse nieuwjaar, wordt Rosj HaSjana ook wel Jom HaSjofar genoemd, de ‘dag van de sjofar’.

Dagen van Inkeer
Rosj HaSjana valt op de eerste twee dagen van de maand Tisjri, de eerste maand van de joodse kalender. Op beide dagen van Rosj HaSjana wordt er in de synagoge honderd maal op de sjofar geblazen. De laatste toon wordt daarbij zo lang mogelijk aangehouden om de naderende periode van inkeer aan te geven.

De eerste tien dagen van het nieuwe jaar worden de ‘tien dagen van inkeer’ genoemd. Het is de periode van Rosj HaSjana tot en met Jom Kippoer, Grote Verzoendag. In deze periode wordt gebeden om vergiffenis voor de zonden die men het afgelopen jaar begaan heeft. De periode wordt ook gebruikt om ruzies bij te leggen en vergeving te vragen aan een ieder die men het afgelopen jaar onrecht heeft aangedaan.

Volgens de joodse overlevering en de Talmoed bestaat er in de hemel een symbolisch boek waarin van ieder mens zijn of haar goede en slechte daden beschreven staan. Op Rosh HaSjana wordt het boek geopend en heeft de mens tien dagen de tijd om zijn zonden te overdenken en ruzies of geschillen met anderen bij te leggen. Slechte daden kunnen mogelijk door God worden vergeven en goede daden zullen direct worden opgeschreven in het boek. Op Jom Kippoer wordt het boek gesloten en zal het lot van ieder mens voor het komende jaar bezegeld zijn.

Wensen voor het nieuwe jaar
In de aanloop naar Rosj HaSjana sturen mensen elkaar kaarten met de wens: ‘Sjana tova’, een goed nieuwjaar. Met het oog op de Dagen van Inkeer wordt ook wel deze wens gebruikt: ‘Moge je worden ingeschreven voor een goed en zoet jaar’. Als symbool voor een goed jaar worden zoete dingen gegeten zoals stukjes appel gedoopt in honing.

Tasjliech
Tasjliech is een Joods ritueel dat plaatsvindt op de eerste dag van Rosj HaSjana.
Joden werpen dan broodkruimels in stromend water zoals de zee of de rivier.
De oorsprong van dit ritueel vinden we in Micha 7:19: “Moge Hij al onze zonden in het diepst van de zee werpen.”

Heeft u naar aanleiding van deze tekst nog vragen over Rosj HaSjana? Stel uw vraag dan gerust aan onze rabbijnen.

Tisja be’Av

Tisja be’Av

Verwoesting 2e Tempel
Verwoesting 2e Tempel. Schilderij van Hayez, 1867

Tisja be’Av (Hebreeuws voor: de negende dag van de maand av) is de traditionele rouwdag van het Joodse volk. Op deze datum werden zowel de Eerste alsook de Tweede Joodse Tempel verwoest.

De Westmuur, ook wel Klaagmuur genoemd, is het enige deel van de Tweede Tempel dat na de verwoesting is blijven staan. Miljoenen gelovigen, voornamelijk Joden en Christenen, trekken jaarlijks naar Jeruzalem om deze plek te bezoeken.

Op Tisja be’Av herdenkt men de verwoesting van de Joodse Tempel en andere tragische gebeurtenissen die zich op of rond deze datum hebben afgespeeld in de geschiedenis van het Joodse volk. Tisja be’Av is een dag waarop wordt gevast.

Rampen op en rond Tisja be’Av
Op en rond Tisja be’Av hebben zich in de geschiedenis van het Joodse volk vele rampen voorgedaan. De belangrijkste hiervan zijn:

  • 1312 v. Chr.: De Joden accepteerden de lasterpraat van 10 van de 12 spionnen. Hiermee toonden zij geen vertrouwen in God en moesten zij 40 jaar door de woestijn dwalen voordat een nieuwe generatie het Land Israël mocht binnengaan.
  • 587 v.Chr.: Verwoesting van de Eerste Joodse Tempel door de Babyloniërs.
  • 70: Verwoesting van de Tweede Joodse Tempel door de Romeinen.
  • 131: De Romeinen ploegden Jeruzalem om en verklaarden het tot verboden gebied voor Joden.
  • 135: Het neerslaan van de Bar Kochba opstand door de Romeinen. Hierbij werd de stad Betar ingenomen en verwoest en werden honderdduizenden Joden vermoord.
  • 1099: De Eerste Kruistocht waarbij tienduizenden Joden gedood werden.
  • 1199: Als gevolg van het bloedsprookje, werd de gehele Joodse bevolking van York vermoord.
  • 1290: Koning Edward I verbande alle Joden uit Engeland. Massale pogroms waren het gevolg.
  • 1492: Als gevolg van de Spaanse inquisitie opnieuw veel pogroms en moordpartijen op Joden.
  • 1914: Begin van de Eerste Wereldoorlog. Tijdens en direct na deze oorlog vonden meer dan 400 pogroms plaats in Hongarije, Oekraïne, Polen en Rusland.
  • 1942: Begin van de deportaties van Joden uit het getto van Warschau naar vernietigingskamp Treblinka.

Gebruiken
In orthodoxe kringen wordt drie weken voor Tisja be’Av al begonnen met rouwen. Deze rouwperiode begint dan op 17 tammoez en men rouwt om de verwoesting van de Twee Joodse Tempels. Gedurende deze periode t/m Tisja be’Av, gelden er vele beperkingen die orthodoxe joden naleven. Zo worden er geen huwelijken gesloten, mag het haar niet worden geknipt of geschoren en mag er niet naar muziekinstrumenten geluisterd worden; zang is wél toegestaan. Gedurende de aanloop naar Tisja be’Av wordt de rouw steeds heviger en nemen de beperkingen toe met als hoogtepunt Tisja be’Av zelf.

Op Tisja be’Av wordt ca. 25 uur gevast  (van zonsondergang tot de volgende avond volledig donker is). Het is de enige vastendag naast Jom Kipoer die zo lang duurt. Er mag niets gegeten en gedronken worden. Ook geen water. Zitten mag alleen op lage bankjes of op de grond.

Op Tisja be’Av worden Klaagliederen gelezen. Het gaat hierbij vooral om de zogenaamde Kienot. Dit zijn de treurgebeden waarin de rampen beschreven zijn die op Tisja be’Av worden herdacht.


Heeft u naar aanleiding van deze tekst nog vragen over Tisja be’Av? Stel uw vraag dan gerust aan onze rabbijnen.

Sjavoeot

Sjavoeot, het Wekenfeest

Sjavoeot, Oppenheim 1880
Sjavoeot, Oppenheim 1880

Sjavoeot wordt ook wel het joodse Wekenfeest genoemd.
Het vindt precies zeven weken na Pesach plaats.

De periode tussen Pesach en Sjavoeot wordt de omerperiode genoemd. Men telt hardop de dagen vanaf de tweede dag van Pesach tot aan de 49ste dag. Op de 50ste dag vieren we dan Sjavoeot.
In Israël duurt Sjavoeot één dag. Buiten Israël wordt het twee dagen gevierd.

Op Sjavoeot vieren wij het offer van de 1e lenteoogst en het ontvangen van de Tora op de berg Sinaï.

Oogstfeest
In Bijbelse tijden duurde de graanoogst zeven weken. Het begon met het oogsten van de gerst tijdens Pesach en eindigde met het oogsten van de tarwe op Sjavoeot. Drie keer per jaar trokken de mensen met een deel van hun oogst naar de Tempel in Jeruzalem. Dit worden de Sjalosj Regaliem genoemd, de drie pelgrimstochten. De eerste keer is op Pesach, de tweede keer op Sjavoeot en de derde keer tijdens Soekot, het Loofhuttenfeest. Op Sjavoeot bracht met een tarweoffer dat bestond uit twee broden. Daarnaast bracht iedereen die land bezat ook bikoeriem als offer naar de Tempel. Bikoeriem is de eerste fruitoogst.

Exodus 34:22 “Het Sjawoeotfeest moet je vieren bij de eerstgesneden tarwe en het feest van het inoogsten, bij de jaarwende. Driemaal per jaar moet ieder van jullie mannen voor de Heer, de Eeuwige, de God van Israël verschijnen.”

De drie oogstfeesten zijn een feestelijke gebeurtenis en zijn heden ten dagen nog steeds populaire perioden voor buitenlanders om een een bezoekje aan Israël te brengen.

De ontvangst en acceptatie van de Tora
Behalve de herinnering aan de eerste lenteoogst vieren we op Sjavoeot ook de acceptatie van de Tora.
Tijdens de uittocht van het Hebreeuwse volk uit Egypte en de 40-jarige tocht door de woestijn, ontving Mozes van God de tien geboden op de berg Sinaï. Een aantal dagen later zou het gehele Hebreeuwse volk, daar in de woestijn, de Tora van God accepteren. Het verbond van het Hebreeuwse volk met God was hiermee een feit en het Joodse volk was geboren.

Op Pesach herdenken wij de bevrijding van het Hebreeuwse volk van de Egyptische slavernij. Op Sjavoeot, 50 dagen later, vieren wij de ontvangst en acceptatie van de Tora.

De Tora gebied ons iedere dag te tellen vanaf de tweede dag van Pesach tot de 49ste dag. Dit wordt de Omertelling genoemd. Door het hardop tellen van de dagen tot aan Sjavoeot, uitten de Joden hun verlangen naar de Tora.

Tradities
Op Sjavoeot versieren veel Joden in Israël hun huizen met bloemen en is het de gewoonte om zuivelproducten te eten. Aan de vooravond van Sjawoeot besteedt men een groot gedeelte van de avond en nacht aan het bestuderen van de Tora.

Het boek Ruth
Tijdens de ochtenddienst wordt het Bijbelboek Ruth gelezen. Dit boek vertelt het verhaal van de jonge Moabitische vrouw Ruth en haar schoonmoeder Naomi. Na de dood van haar twee zoons besluit Naomi terug te keren naar haar vaderland Israël. De weduwe Ruth reist met haar me.  Ze komen aan in Bethlehem in de lente, op het moment dat de eerste gerstoogst wordt binnengehaald. Ruth, onder de indruk van het geloof, bekeert zich tot het jodendom en trouwt met Boaz, een familielid van haar overleden man. Ruth is de overgrootmoeder van koning David, uit wiens nageslacht de Messias geboren zal worden.

Parallellen met Pinksteren
De naam ‘Pinksteren’ is afkomstig van het Griekse woord ‘Pentekoste’, dat vijftig betekent.
Pinksteren valt namelijk 50 dagen na Pasen. Hier zien we een duidelijke overeenkomst met het joodse Wekenfeest, Sjavoeot, dat 50 dagen na Pesach plaatsvindt.

Met Pinksteren wordt door christenen het neerdalen van de Heilige Geest herdacht. Jezus beloofde aan zijn volgelingen dat Hij na Zijn dood en hemelvaart de Geest van God, de Heilige Geest zou sturen als kracht en getuigenis van het Evangelie. Met Pinksteren vieren de christenen zodoende het ontvangen van de Heilige Geest. Joden vieren met Sjavoeot de ontvangst van de Tora.

Op Sjavoeoet wordt naast de ontvangst van de Tora ook het binnenhalen van de eerste lenteoogst herdacht. Volgens de christelijke theologie zal de Heilige Geest over iemand komen wanneer hij of zij zich bekeerd heeft tot het christendom. De bekeerlingen op de Bijbelse eerste Pinksterdag worden ook wel de ‘eerstelingen van de oogst’ genoemd. Het ‘binnenhalen’ van deze ‘oogst’, gaat door tot de gehele mensheid is bekeerd, waarna volgens het christendom de Eindtijd begint.


Heeft u naar aanleiding van deze tekst nog vragen over Sjavoeot? Stel uw vraag dan gerust aan onze rabbijnen.

Lag Ba’Omer

De Omertelling en Lag Ba’Omer

Lag Ba'Omer
Lag Ba’Omer

De Omertelling en Lag Ba’Omer
In de periode tussen Pesach en Sjavoeot vindt de Omertelling plaats.
Gedurende 49 dagen wordt er iedere avond een zegening uitgesproken en wordt het aantal dagen genoemd dat is verstreken sinds Pesach. De Omertelling begint op de tweede dag van Pesach en eindigt op de 49ste dag. De dag daarop begint het Wekenfeest, Sjavoeot.

Het offer van de eerste lenteoogst
Volgens de Thora moesten de Israëlieten op de tweede dag van Pesach hun eerste lenteoogst, één omer gerst, als offer naar de Tempel brengen.

Leviticus 23-10: “Als jullie komen in het land dat ik jullie geef en de oogst daarvan binnenhaalt, dan moeten jullie één omer van het eerste van jullie oogst naar de priester brengen.”

Eén omer komt overeen met ca. 350 gram. Dit is gelijk aan de hoeveelheid manna die de Israëlieten elke dag ontvingen uit de hemel gedurende hun uittocht uit Egypte. Vanaf de tweede dag van Pesach moest men vervolgens 49 dagen tellen tot aan Sjavoeot.

Na de verwoesting van de Tempel kwam er een einde aan het brengen van het offer maar het tellen van de dagen tussen Pesach en Sjavoeot is gebleven. De Omertelling markeert zodoende de periode waarin God de Joden bevrijdde uit Egypte tot aan het moment dat zij de Thora ontvingen in de Sinaï woestijn.

Rouwperiode
Door de eeuwen heen zijn de Joden tijdens de Omerperiode het slachtoffer geworden van vele tragische gebeurtenissen. Omdat de Omertelling samenvalt met het Christelijke Paasfeest en de Joden de schuld kregen van de dood van Jezus, vonden er rond deze periode vele pogroms plaats.

Ook stierven in de Omerperiode 24.000 leerlingen van Rabbi Akiva aan een besmettelijke ziekte, waarschijnlijk de pest. De periode van de Omertelling is daarom traditioneel een periode van rouw geworden waarin ook de Holocaustherdenking, Jom Ha’Sjoa valt. Het is de gewoonte dat gedurende de Omertelling niet getrouwd wordt en er niet naar muziek geluisterd mag worden. Ook mag men het haar niet afknippen.

Lag Ba’Omer
Lag Ba’Omer is de 33ste dag van de Omertelling. Het is een bijzondere dag want op deze dag kwam er abrupt een einde aan de massale sterfte onder de leerlingen van Rabbijn Akiva. Het is ook de overlijdensdag van Rabbi Shimon bar Jochai, de schrijver van het kabbalistische boek Zohar. Bar Jochai zag het leven op aarde als een wachtkamer voor de komende wereld en wilde dat zijn sterfdag als een feestdag gevierd zou worden.

Lag Ba’Omer is zodoende de enige dag tijdens de Omerperiode waarop niet gerouwd wordt. Op deze dag worden traditioneel veel huwelijken gesloten en is het de gewoonte dat er door het gehele land Israël, vreugdevuren worden aangestoken. Veel orthodoxe Joden bezoeken op deze dag het graf van Rabbijn Shimon bar Jochai op de berg Har Meron.

Oorsprong van het woord Lag Ba’Omer
Lag Ba’Omer (Hebreeuws: לַ״ג בָּעוֹמֶר‎) betekend letterlijk: 33ste in de Omer.
Het woord ‘Lag’ bestaat uit de Hebreeuwse letters lamed en gimmel welke staan voor de getalswaarde 33.

Jom Ha’atsmaoet

Jom Ha’atsmaoet

Israelische vlag
Israëlische vlag bij Tempelmuur

Jom Ha’atsmaoet is Israël’s onafhankelijkheidsdag. Op deze feestdag, de vijfde dag van de joodse maand ijar (14 mei 1948) las David Ben-Gurion, de eerste Israëlische premier, in Tel Aviv de onafhankelijkheidsverklaring voor. Israël werd direct door de Verenigde Staten, de Sovjet-Unie, Zuid-Afrika en Ierland erkent. Niet veel later volgde ook de meeste andere landen (voornamelijk niet-islamitisch landen) en de VN. Met het uitroepen van de Staat Israël was de geboorte van de derde zelfstandige staat in de geschiedenis van het gebied een feit. Israël is sindsdien de enige democratie in het Midden-Oosten.

Israël in de oudheid
Het gebied dat wij nu Israël noemen heette in de Oudheid Kanaän. Een gedeelte van Kanaän is later Palestina gaan heten. De naam Palestina verwijst naar de Filistijnen, een zeevarend volk dat zich aan het eind van de Bronstijd vestigde in het gebied en die volgens de verhalen uit het Oude Testament de vijanden waren van de Israëlieten.

Archeologische overblijfselen
Wetenschappers zijn het er over eens dat al sinds de tiende eeuw voor Christus, het Jodendom de grootste godsdienst moet zijn geweest in Kanaän. Dit valt o.a. af te leiden uit de vele archeologische vondsten in het gebied.

Tussen 1200 en 1100 v. Chr. viel het grootste deel van Kanaän onder het bestuur van de Israëlieten. Het eerste Joodse Koninkrijk was een feit en de eerste Joodse Tempel werd gebouwd.

De Westmuur, die ook wel Tempelmuur of Klaagmuur wordt genoemd is een belangrijk overblijfsel van de Tweede Joodse Tempel die is gebouwd in ca. 515 v. Chr. op de Tempelberg in Jeruzalem. De Tempelberg is de meest heilige plaats binnen het Jodendom. De Westmuur is als overblijfsel van de tempel, de meest heilige plek welke voor Joden te betreden is.

De moderne geschiedenis
De moderne geschiedenis begint in de negentiende eeuw.
Europese Joden krijgen steeds meer te maken met vervolging en antisemitisme en hierdoor groeit opnieuw het verlangen naar een eigen land. In 1917 komt de Britse overheid met de Balfour-verklaring. In deze verklaring zegde het Verenigd Koninkrijk steun toe bij het tot stand brengen van een ‘Nationaal Tehuis’ voor het Joodse Volk in Palestina.

Na de opsplitsing van het Ottomaanse Rijk in 1920 kwam het gebied onder Brits mandaat. Onder het oplaaiende antisemitisme vluchten daarop steeds meer Joden naar Palestina.

Op 29 november 1947 neemt de VN resolutie 181 aan, ook wel het VN-verdelingsplan genoemd. Hierbij wordt de aanbeveling gedaan dat, na het beëindigen van het Britse mandaat over Palestina, het land verdeeld zou moeten worden in een onafhankelijke Joodse en Arabische staat met een aparte status voor Jeruzalem. De Joodse leiders accepteerden het plan maar de Arabieren wezen het af. Zij verklaarden dat zij zich zouden verzetten tegen elk plan dat zou leiden tot opsplitsing of deling van Palestina.

Dit leidde op 15 mei 1948, een dag na de uitroeping van de Staat Israël, tot de Arabisch-Israëlische Oorlog die werd gewonnen door Israël. Vele oorlogen zijn er sindsdien gevoerd.

Heden ten dagen is Israël de enige democratie in het Midden-Oosten. Het heeft een zeer hoogontwikkelde economie en hightech sector en het land loopt vaak voorop in technologische innovaties. De levensverwachting behoort met 82 jaar tot één van de hoogste ter wereld.

Balfour Declaratie
Balfour Declaratie

David Ben-Goerion roept de Staat Israël uit in 1948
David Ben-Goerion roept de Staat Israël uit. 1948

Jom Ha’Sjoa

Herdenkingsmonument Yad Vashem, Jeruzalem

Jom Ha’Sjoa* (Hebreeuws voor ‘dag van de vernietiging’) is de dag waarop in Israël en in Joodse gemeenschappen elders ter wereld, de Sjoa (Holocaust* of Jodenvervolging) wordt herdacht. We herdenken op deze dag de zes miljoen Joden die tijdens de Tweede Wereldoorlog door de nazi’s zijn vermoord. Ook worden de verzetshelden herdacht. De herdenking vindt plaats op de 27e nisan, 13 dagen na de Joodse opstand in het getto van Warschau en 8 dagen voor Jom Ha’Atsmaoet, Israëls Onafhankelijkheidsdag. Wanneer Jom Ha’Sjoa een overlap heeft met de sjabbat wordt deze een dag eerder of later gehouden.

De herdenking in Israël
De herdenkingsdag is in 1953 in Israël ingevoerd. Om tien uur ’s morgens gaat in het hele land het luchtalarm af en komt het openbare leven voor 2 minuten stil te vallen. Op vele plekken wordt een herdenkingsdienst gehouden en uitgaansgelegenheden zijn deze dag gesloten. De centrale herdenking vindt de avond ervoor plaats in het Yad Vashem, het officiële monument en herinneringscentrum van Israël ter herdenking van de Joodse slachtoffers van de holocaust.

De herdenking in Nederland
In Nederland vindt er o.a. in de Hollandsche Schouwburg in Amsterdam een herdenkingsdienst plaats waarbij de burgemeester van Amsterdam en de ambassadeur van Israël aanwezig zijn. 

Kaddisj
Tijdens de herdenking wordt het Kaddisj gezegd. Het Kaddisj is een van de oudste en belangrijkste gebeden binnen het jodendom. Het is een lofprijzing aan God en is bijna geheel geschreven in het Aramees; alleen de laatste regel is in het Hebreeuws. Het Kaddisj wordt bij meerdere gelegenheden uitgesproken. Er zijn bovendien verschillende versies. Eén ervan is de Kaddisj-jatom, ‘het gebed van de wees’ welke tijdens rouwplechtigheden en herdenkingen wordt uitgesproken

Andere herdenkingsdagen

  • International Holocaust Remembrance Day
    Deze dag wordt wereldwijd gehouden op 27 januari, de dag dat Auschwitz werd bevrijd. In Nederland organiseert het Nederlands Auschwitz Comité op de laatste zondag van januari de jaarlijkse Nationale Holocaust Herdenking.
  • Nationale Dodenherdenking
    Op 4 mei vindt de jaarlijkse Dodenherdenking in Nederland plaats. De landelijke herdenking is op de Dam in Amsterdam en wordt georganiseerd door het Nationaal comité 4 en 5 mei. In beginsel werden op deze dag uitsluitend de Nederlandse slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog herdacht, maar sinds 1961 is dit breder getrokken en worden alle Nederlandse oorlogsslachtoffers herdacht sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog.

* Verklaring van de woorden Yom ha’Sjoa en Holocaust
Jom Ha’Sjoa wordt officieel ‘Jom Ha’Sjoa we Ha’Gevoera’ genoemd, dag van vernietiging en heldendom. Holocaust is Grieks voor brandoffer en is geen gebruikelijke term binnen de Joodse gemeenschap.

Het keppeltje

De Klaagmuur of Tempelmuur
Een keppeltje is verplicht bij de Tempelmuur.

De keppel
Een keppel (kippa in het Hebreeuws) is een rond stuk textiel dat traditioneel als hoofddeksel wordt gedragen door joodse mannen. Het is een uiting van eerbied voor God. Het herinnert de drager eraan dat er iets hoger is dan zijn hersenen, dan zijn kennis en zijn gedachten. Het dragen van een keppeltje is verplicht bij het betreden van een synagoge. Vele dragen het ook tijdens het gebed of bij bepaalde joodse rituelen.

Geen gebod uit de Thora
Het dragen van een keppel is geen gebod uit de Thora. Wel wordt het genoemd in de Talmoed, Sjabbat 156b: ‘Bedek uw hoofd zodat de vrees van de hemel op u zal komen’. En in Kiddoesjin 32a: ‘Omdat de aanwezigheid van het opperwezen altijd boven mijn hoofd is’.

Het dragen van een keppeltje kan worden gezien als een minhag, een traditioneel gebruik of gewoonte zonder dat de uitoefening hiervan letterlijk door de Thora is voorgeschreven. Een hoofdbedekking is volgens de Thora wél verplicht voor priesters.

Wie dragen ze?
Er zijn verschillende soorten keppeltjes. De vorm en het materiaal geven aan tot welke stroming de drager behoort. Orthodoxe Joden dragen een zwartfluwelen keppel, vaak onder een hoed. Chassidiem dragen over hun keppel meestal een bontmuts. Modern-orthodoxe of religieus-zionistische Joden dragen gekleurde, gehaakte keppels. De meeste seculiere of liberale Joden dragen enkel een keppeltje wanneer dit verplicht is tijdens gebed of in de synagoge. Daarnaast bestaat er helaas een grote groep Joden die geen keppel draagt in het openbaar omwille van hun veiligheid wegens de dreiging van antisemitisme.

Pesach

Mozes splijt de Rode zee.
Bijbelkaartje uit 1907

Pesach
Pesach wordt wel het joodse paasfeest genoemd. Het toont opvallende gelijkenissen met het christelijke paasfeest. Het is echter een feest dat al rond 500 v Chr. gevierd wordt. Het christelijke paasfeest heeft zijn oorsprong in het joodse Pesach.
Pesach is het Hebreeuwse woord voor ‘overslaan of voorbijgaan’. Het woord ‘Pasen’ en het Amerikaanse ‘Passover’, zijn hiervan afgeleid.

In het kort
Met Pesach wordt het einde van de joodse slavernij in Egypte herdacht inclusief de daaropvolgende uittocht uit Egypte en de 40 jaar durende omzwervingen van het Joodse volk door de Sinaï woestijn op weg naar het land Israël. Dit alles vond plaats ten tijde van de Egyptische farao’s rond 1500 v Chr. Het Pesach feest is één van de meest tot de verbeelding sprekende feesten in het jodendom. Het zit vol met symboliek en diepere betekenissen welke hier helaas onmogelijk allemaal uitgelegd kunnen worden.

Pesach duurt in Israël 7 dagen. Buiten Israël wordt het doorgaans 8 dagen gevierd. De eerste avond van Pesach wordt de Seideravond genoemd. Tijdens de avondmaaltijd, de Seidermaaltijd genoemd, komt de familie bij elkaar en wordt het verhaal van Pesach opnieuw verteld; er worden matses gegeten en er wordt gezongen en gebeden. De Seidermaaltijd is een feestelijke familiegebeurtenis. Het is het hoogtepunt van het Pesach feest.

Het verhaal van Pesach: wat eraan vooraf ging.
Het verhaal van Pesach wordt vertelt in het boek Exodus. Maar de aanloop van het verhaal begint al in Genesis. Jozef, de zoon van Jakob en achterkleinzoon van aartsvader Abraham, werd door zijn broers gehaat. Op een dag werd hij door zijn broers verkocht als slaaf en naar Egypte gebracht. De broers vertelden aan hun vader dat Jozef door een wild dier was verscheurd.

Eenmaal in Egypte weet Jozef het land te redden van een hongersnood en weet hij op te klimmen tot onderkoning. De hongersnood treft op dat moment ook het land Kanaän waar Jakob en zijn zonen wonen. Omdat het in Egypte weer beter ging stuurt Jakob zijn oudste zonen naar Egypte om daar graan te gaan kopen. In Egypte ontmoeten zij Jozef. Jozef beschuldigt hierop de broers van spionage maar uiteindelijk sluiten zij vrede, worden zij door Jozef gastvrij ontvangen en krijgen zij volle graanzakken mee voor thuis. Later komt de gehele familie over naar Egypte om zich te vestigen in de Egyptische provincie Gosen. Daar zal de familie uitgroeien tot het volk der Israëlieten.

Het verhaal van Pesach
De Israëlieten (Hebreeërs) groeiden al snel uit tot een groot en succesvol volk. Jozef sterft en de nieuwe farao ging de Israëlieten en hun God zien als een bedreiging voor het land en de macht van de koning. De Israëlieten werden daarop als slaven behandeld en moesten werkten aan o.a. de bouw van de voorraadschuren van de piramiden. Ook beval de farao dat alle pasgeboren Hebreeuwse jongetjes gedood moesten worden door ze in de rivier de Nijl te gooien.

Mozes
In deze tijd beviel de Hebreeuwse vrouw Jochewed van een zoon. Om te voorkomen dat haar zoon zou worden gedood hield zij hem in huis verborgen. Toen het te risicovol werd om het kindje nog langer thuis te verbergen, besloot zij hem in een mandje van riet te leggen en mee te laten voeren met de stroming van de Nijl. De dochter van Jochewed, Mirjam, moest het mandje in de gaten houden en zorgen dat hij in veilige handen kwam. Het wonder wil dat het mandje werd gevonden door de dochter van de farao. Zij adopteerde het kindje en noemde hem Mozes.

Mozes groeide op aan het Egyptische hof. Als volwassen man zag hij het leed van de Hebreeuwse slaven. Eens zag hij hoe een Egyptenaar een Hebreeuwse slaaf sloeg en hierop doodde Mozes de Egyptenaar. Toen de farao dit hoorde wilde hij Mozes laten ombrengen. Mozes vluchtte daarop naar het land van Midjan (het noorden van de Golf van Akaba, vlakbij Eilat) en werd daar schaapsherder.

De brandende braamstruik
Tijdens het hoeden van zijn schapen zag hij een brandende braamstruik. De braamstruik brandde wel maar werd niet door het vuur verteerd.
Vanuit de braamstruik hoorde Mozes de stem van God die hem opriep terug te keren naar de farao en hem te zeggen dat de God van het Hebreeuwse volk wil dat de farao hen vrij laat. Mozes twijfelt: “Wie ben ik God, dat ik de farao zou kunnen overhalen ons volk te laten gaan?“ Maar God zij: “Ik zal bij je zijn”. Mozes riep: “Als ik eenmaal bij de farao ben en hij vraagt naar Uw naam, wat moet ik dan zeggen?”. God zei tot Mozes: “Ik Ben die Ik altijd zal Zijn. Zeg maar dat ‘Ik Ben’ jou heeft gestuurd. Dit is voor altijd Mijn naam en dit is Mijn roepnaam in alle geslachten.”. Deze naam, zoals beschreven in Exodus, is JHWH, יהוה.

De tien plagen
Mozes keert samen met zijn broer Aaron terug naar de farao. De farao gelooft niet in de Hebreeuwse God en eist van Mozes dat hij een wonder laat zien om de macht van deze God te tonen. Aaron werpt vervolgens zijn houten staf voor de voeten van de farao en de staf verandert in een slang. De goochelaars van de farao blijken echter in staat dit wonder te reproduceren en hierop weigert de farao het Hebreeuwse volk te laten gaan.

God geeft Mozes vervolgens de opdracht om opnieuw naar de farao te gaan en met zijn staf het water van de Nijl aan te raken. Mozes geeft deze opdracht door aan Aaron. Aaron raakt met zijn staf het water aan en het water van de Nijl verandert in bloed. Zo wordt de macht van de Hebreeuwse God opnieuw getoond aan de farao. Het bloed in de Nijl wordt de eerste plaag genoemd.

De geschrokken Farao geeft vervolgens opdracht het Hebreeuwse volk te laten gaan. Echter, de goochelaars van de farao vinden ook een manier om water rood te laten kleuren waarmee zij aantonen dat de God van de Egyptenaren minstens zo machtig moet zijn als de God van de Hebreeërs. Hierop trekt de farao zijn bevel weer in.

Mozes en Aaron gaan negenmaal terug naar de farao en elke keer volgt er een nieuwe plaag voor de Egyptenaren. Telkens weer weten de goochelaars van de farao de plaag te reproduceren waarop de farao het verzoek van Mozes weer afwijst.

De negen plagen zijn achtereenvolgend:

  1. Water verandert in bloed
  2. Kikkers
  3. Zandvlooien
  4. Steekvliegen
  5. Veepest
  6. Zweren
  7. Hagel
  8. Sprinkhanen
  9. Duisternis

De tiende plaag
De tiende en laatste plaag was de ergste van allemaal. Wanneer de farao het Hebreeuwse volk niet zou laten gaan dan zouden alle eerstgeboren kinderen in Egypte sterven. Hierop gaf de farao Mozes opnieuw toestemming om met zijn volk Egypte te verlaten. De Hebreeërs waren echter bang dat de farao zijn woord op het laatste moment weer zou breken. God gaf daarom de opdracht aan iedere Hebreeuwse familie om een lam te slachten en het bloed ervan op de deurposten te smeren. Wanneer die nacht de Engel des Doods langs zou komen om alle eerstgeborenen te doden zou hij de huizen van de Hebreeërs, waar het bloed van het lam op de deurposten zat, overslaan. De bekentenis van het woord Pesach is overslaan/voorbijgaan. Toen de nacht viel kwam de Engel des Doods en stierven alle eerstgeborenen, inclusief de jongste zoon van de farao. De farao gaf opnieuw opdracht het volk te laten gaan.

Het splijten van de Rode Zee
De Hebreeërs moest nu snel vluchten en zij kregen van God de opdracht om brood te bakken voor onderweg. Aan het brood mocht geen zuurdesem worden toegevoegd omdat er geen tijd meer was het deeg te laten rijzen. De dunne, platte broden die zo ontstonden noemen wij Matses.

Toen het Hebreeuwse volk aankwam bij de Rode Zee veranderde de farao opnieuw van gedachten. Het leger van de Egyptenaren achtervolgde de Hebreeërs tot aan de Rode Zee en Mozes en de Hebreeërs zaten in de val. Zij konden de zee niet oversteken. Hierop volgde opnieuw een wonder. Mozes nam zijn wandelstok en strekte die uit over het water. Hierop spleet het water van de Rode Zee zich in tweeën zodat er een pad droog kwam te liggen en de Hebreeërs over de bodem van de zee verder konden trekken. Aan weerszijden van het pad vormde het water een huizenhoge muur. Toen de Egyptenaren de achtervolging inzetten, raakte Mozes het water achter zich aan en stroomde het water achter hen terug. De Egyptenaren verdronken. Het Hebreeuwse volk was na 400 jaar van slavernij eindelijk vrij.

Tocht door de woestijn en de geboorte van het Joodse volk
De Hebreeërs waren vrij maar er stond hen nog een lange tocht door de woestijn te wachten. Tijdens deze 40 jarige woestijnreis kregen de Hebreeërs te maken met verschillende wonderen. God zorgde voor water en voedsel (manna) dat uit de hemel viel. Eenmaal aangekomen bij de berg Sinaï openbaarde God zich opnieuw aan Mozes. Op de berg gaf God aan Mozes de tien geboden. Deze geboden werden op twee grote stenen tabletten geschreven. Volgens de joodse leer heeft Mozes op de berg Sinaï niet alleen de 10 geboden ontvangen maar is de gehele Thora daar aan hem geopenbaard. Met het massaal accepteren van deze geboden door het Hebreeuwse volk was het verbond van God met de Hebreeërs een feit en was het Joodse volk geboren.

Het Pesachfeest
Gedurende het Pesachfeest mag er geen gerezen brood of ander voedsel waaraan gist is toegevoegd, gegeten worden. Ook mogen er geen broden of producten met gist in huis aanwezig zijn. De ongerezen matzes dienen zodoende als broodvervanging. In de dagen voor Pesach wordt door orthodoxe joden het hele huis doorzocht naar resten van brood en gist. Deze resten worden chameets genoemd. Al deze restjes worden in een zak gestopt en verbrand. Het lijkt een beetje op een grote voorjaarsschoonmaak. Bij het verwijderen van het chameets denk je aan je persoonlijke chameets, je trots en ego welke je relatie met God en je naasten beïnvloedt.

Pesach matzes
Matzes

Seidermaaltijd
De eerste avond van Pesach wordt de Seideravond genoemd. Tijdens de avondmaaltijd, de Seidermaaltijd genoemd, komt de familie bij elkaar en wordt het verhaal van Pesach opnieuw verteld. Er worden matses gegeten en er wordt gezongen en gebeden. De avond verloopt volgens een aantal vaste rituelen en stappen welke beschreven staan in de Haggada. De Haggada is dus een soort programmaboekje dat tijdens de seideravond wordt gebruikt. Aan de hand van de tekst in de  Haggada wordt het Pesach verhaal opnieuw verteld en wordt op vaste momenten gegeten, gezongen en gebeden. Speciale aandacht is er voor het jongste kind in het gezin. Deze stelt aan de hand van de Haggada 4 vragen over Pesach. Ook lezen de kinderen een stukje voor en mogen zij een stukje matze verstoppen. Dit alles om tijdens dit avondvullend programma de aandacht van de kinderen erbij te houden.

De seidermaaltijd
De seidermaaltijd

Tijdens de Seidermaaltijd worden er verschillende gerechten gegeten die allen een onderdeel van het Pesach verhaal symboliseren. Zo zijn er de matses ter herinnering aan de overhaaste vlucht van de Hebreeërs. De mierikwortel (maror of bittere kruid genoemd) welke herinnert aan de bitterheid van de slavernij.  De charoset, een mengsel van appels, rozijnen, noten, rode wijn en kaneel welke doet denken aan de goede tijden in Egypte van vóór de slavernij maar ook aan de leem en klei waarvan de Hebreeërs bouwstenen moesten maken. Peterselie gedoopt in zout water als symbool voor de tranen. Een lamsbotje ter herinnering aan het lam dat geslacht werd en een gekookt en daarna gebraden ei als symbool voor nieuw leven.


Parallellen met het christelijke Pasen
Er bestaan veel gelijkenissen en parallellen tussen het christelijke Pasen en het joodse Pesach waaronder het eten van matzes, het paaslam, de paasvuren en de voorjaarsschoonmaak (het verbranden van chameets) en het ei dat symbool staat voor nieuw leven.

Wie is God?

De levensboom volgens de Kabbala

Het bestaan van God
De Bijbel begint met de woorden: ‘In het begin schiep God de hemel en de aarde.”
Het is een veelzeggende zin. Het bestaan van God wordt gezien als een vanzelfsprekendheid.
God is eeuwig, almachtig en de schepper van alles.

God is één.
Het belangrijkste onderdeel in het joodse gebed is het ‘Sjema Israël’ (Hebreeuws voor “Hoor Israël”).
De kernzin van het Sjema Israël luidt: ‘Hoor Israël, de Eeuwige is onze God, de Eeuwige is één.” (Deuteronomium 6:4:)
Het Sjema Israël is de joodse geloofsverklaring en deze benadrukt het geloof in één almachtige God. In het jodendom is er dus geen ruimte voor meer goden. Er is geen dualiteit of een drie-eenheid zoals het christendom dit kent. Het Sjema Israël is zo belangrijk dat het wordt uitgesproken in het ochtend- en avondgebed en voor het slapen gaan. Ook wordt het uitgesproken bij het moment van overlijden.

Een persoonlijke God.
Omdat er slechts één God bestaat, bidden Joden alleen tot God. Er bestaan geen tussenpersonen. Ieder gebed dient rechtstreeks aan God gericht te zijn. Dit maakt God tot een persoonlijke God. Overigens is God een persoonlijk God voor iedereen en niet enkel voor de Joden of degene die tot Hem bidden.

Wie is God?
God is almachtig en eeuwig. God heeft geen begin en geen einde. God is genade en rechtvaardigheid.
God kan worden beschouwd als het centrale punt waaruit het gehele universum is ontstaan. God heeft geen menselijke gedaante. Wanneer er in de Bijbel gesproken wordt over “Gods vingers” of “Zijn troon”, dan zijn dit slechts metaforen. God is noch mannelijk, noch vrouwelijk.
Hoe wij God werkelijk moeten zien weten wij dus niet en om al deze redenen is het maken van een beeltenis van God daarom uit den boze. Ook de naam van God mag niet worden uitgesproken.

Namen voor God
In de Bijbel bestaan verschillende benamingen voor God. ‘Heer’ of ‘God’ worden in algemene zin gebruikt. De Hebreeuwse naam voor God is het vierletterwoord יהוה (JHWH). De naam JHWH bestaat uit alleen maar medeklinkers. Deze naam is zo heilig dat deze niet mag worden uitgesproken.

God is genade
De ziel is zuiver bij de geboorte. Hoe je als mens hebt geleefd bepaalt uiteindelijk hoe God over jou zal oordelen. God heeft hiervoor regels opgesteld welke voor Joden strikter zijn dan voor niet-Joden.
Verlossing is er echter niet alleen voor gelovigen. Ieder rechtschapen mens maakt kans om in de hemel te komen.

Kabbala
Wanneer wij filosoferen over God komen we al snel op het terrein van de joodse mystiek, de Kabbala.
De Kabbala behandelt zaken als de aard van God, de oorsprong van het universum, de aard van de ziel en engelen etc.

Volgens de Kabbala begon de schepping met een bron van energie, van licht welke rechtstreeks afkomstig was van God. Deze energie vulde de oneindige leegte en bevatte het gehele universum. Denk hierbij niet alleen aan de fysieke bouwstenen van het universum zoals atomen maar ook aan zaken als liefde, wijsheid, geluk, drijfveer, tevredenheid etc. Het doel van deze energie is ‘te geven’, het gehele universum te voorzien van alles dat nodig is. Deze grenzeloze bron van energie afkomstig van God wordt wel ‘de eerste oorzaak’ genoemd en toont opvallende gelijkenissen met de oerknal theorie. Voorafgaande aan ‘de eerste oorzaak’ was er ‘slechts oneindigheid’, aangeduid met het Hebreeuwse woord ‘Ein Sof’. God ligt besloten in Ein Sof.

Wie is Joods?

Biddende joden bij de Tempelmuur
Biddende joden bij de Tempelmuur

Wie is Joods?
Volgens de Halacha (de traditionele Joodse wetgeving) is iemand Joods wanneer hij of zij geboren is uit een Joodse moeder of zich vrijwillig tot het jodendom heeft bekeerd. Dit betekent in het eerste geval dat iemand Joods kan zijn zonder te geloven en in het tweede geval dat iemand joods kan zijn zonder afstammeling te zijn van het Joodse volk.

De vraag: ‘wie is Joods?’, is dus complexer dan op het eerste gezicht lijkt.
Het jodendom is niet slechts nationaal, genetisch of religieus van aard maar eerder een mengelmoes van al deze factoren. De Joden kunnen misschien wel het beste worden beschouwd als een volk met een gemeenschappelijke geschiedenis, cultuur, ideeën en onderlinge verbondenheid. Dat gezegd hebbende hoef je niet in Israël geboren te zijn of Hebreeuws te kunnen spreken om Joods te kunnen zijn. En door de diaspora, de grootschalige verspreiding van het volk van Israël, is het Joods-zijn ook niet per se rasgebonden. Niet iedere Jood ervaart en beleeft zijn Joods-zijn op dezelfde manier maar wat alle Joden delen is het bezit van de Joodse ziel, de Nesjomme. Nesjomme betekent ziel, gevoel, betrokkenheid. Nesjomme valt niet in een paar zinnen te omschrijven maar het is datgene wat de Jood Joods maakt.

Bekering
Het jodendom kent in tegenstelling tot het christendom en de islam geen bekeringsdrang.
Sterker nog, wanneer iemand zich wil bekeren en zich tot een rabbijn wendt zal deze in eerste instantie de persoon ontmoedigen. Het is voor een niet-Jood ook niet nodig zich te bekeren. Het jodendom is een zeer tolerante religie die leert dat alle rechtvaardige mensen een aandeel in de toekomstige wereld (hemel) verdienen ongeacht afkomst of religieuze overtuiging. Hoe je als mens hebt geleefd is dus belangrijker dan wat je hebt geloofd.

Wanneer een niet-Jood zich toch wil bekeren tot het jodendom dient dit geheel vrijwillig te gebeuren en mogen er geen verkeerde motieven meespelen. Het proces van bekering, Gioer genoemd, is vaak een proces van jaren waarbij studie en verdieping in het jodendom belangrijke voorwaarden zijn.

Het liberale jodendom heeft echter soepelere regels waar het gaat om bekering. In sommigen gemeenschappen worden ook vader-Joden, dus mensen met een Joodse vader en niet-Joodse moeder, erkent als Joods.

De geschiedenis
De oorsprong van het Joodse volk ligt bij aartsvader Abraham ca. 2000 jaar voor Chr.
Abraham leidde een nomadisch bestaan. Vanuit Ur (Irak) trok hij samen met zijn vader, zijn vrouw Sarah en neef Lot naar Harran op de grens tussen Turkije en Syrië. Daar kreeg Abraham van God de opdracht weg te trekken naar het land dat God hem zou wijzen (Gen 12.1). Dit land was Kanaän, het huidige Israël. Daar zou hij de opdracht krijgen om een groot volk tot stand te brengen met het geloof in één almachtige God.

Een paar honderd jaar later, direct na de uittocht uit Egypte rond 1300 voor Chr., ontving Mozes op de berg Sinaï de wet van God. Het gaat hierbij niet alleen om de 10 geboden maar om de gehele Thora. Door het massaal accepteren van deze wetten door de Israëlieten (de nakomelingen van aartsvader Jacob) is het jodendom een feit.

De Wet op Terugkeer
Volgens deze Israëlische wet uit 1950 heeft iedereen met minstens één Joodse grootouder recht op het Israëlische staatsburgerschap en recht om zich in Israël te vestigen. Dit geldt ook voor iedereen die getrouwd is met een Jood. De Wet op Terugkeer is bedoelt om immigratie naar Israël te bevorderen en om veiligheid te bieden aan iedereen die vanwege zijn Joodse komaf of Joodse partner te maken heeft met antisemitisme.

Waarom eten Joden geen varkensvlees?

Certificaat voor koosjere wijn
Certificaat voor koosjere wijn

Koosjer
Het Jodendom kent uitgebreide regels voor wat wél en wat niet geoorloofd is om te eten.
Deze spijswetten noemt men Kasjroet, dit is Hebreeuws voor ‘geschiktheid’.
Het meest bekend is misschien wel het verbod op het eten van varkensvlees maar dit is slechts één onderdeel van de gehele Kasjroet. De basis van de Kasjroet is te vinden in de Thora. Voedsel dat gegeten mag worden wordt koosjer genoemd. Voedsel dat niet geschikt is noemt met onrein of treife.

 

Een beknopt overzicht van de Kasjroet

Zoogdieren
Van de zoogdieren zijn alleen de evenhoevige herkauwers toegestaan. Hieronder vallen bijv. Runderen, schapen en herten. Varkens, paarden, haas of konijn zijn niet geoorloofd. Dieren met klauwen zoals honden of katachtigen zijn eveneens niet koosjer.

Vogels
De meeste vogels zijn niet koosjer. Roofvogels en aaseters zijn niet koosjer. Evenals struisvogels.

Vissen
Alleen vissen met vinnen en schubben zijn koosjer.
Garnalen, kreeft, paling, schaal- en schelpdieren zijn niet koosjer.

Reptielen en insecten
Gevleugelde insecten zijn onrein evenals dieren die over de aarde krioelen zoals muizen, hagedissen en slangen.

Kadavers
Dood aangetroffen dieren mogen niet gegeten worden.
Zoogdieren en vogels moeten op rituele wijze geslacht worden.

Geen bloed
Het eten van bloed is verboden. Wanneer bijv. een ei zichtbaar een bloeddruppel bevat mag het niet gegeten worden.

Producten van onreine dieren
Producten van onreine dieren mogen niet gegeten worden met uitzondering van honing.

Geen melk- en vleesproducten tezamen
Melk- en vleesproducten mogen niet tezamen bereid of gegeten worden.
Dit valt af te leiden uit o.a. Exodus 23:19: “Kook een bokje niet in de melk van zijn moeder.”.

Redenen
De Thora geeft doorgaans geen redenen voor de verschillende spijswetten. Over het algemeen geldt dat de Joodse spijswetten een gunstige invloed op de gezondheid hebben maar het is onwaarschijnlijk dat de wetten uitsluitend om die reden geschreven zijn. Zo kan het eten van bloed of het samen eten van vlees en melk als morbide worden beschouwd. Met de spijswetten wordt ook het geloof van de mens op de proef gesteld en wordt een bepaalde mate van zelfbeperking afgedwongen. Tevens versterken de spijswetten de eigen Joodse identiteit en maakt deze zichtbaarder. Maar het belangrijkste is simpelweg dat God deze regels oplegt.

Waarom hebben joodse huizen een kokertje aan de deurpost?

De mezoeza
De mezoeza

De mezoeza
Dit kokertje heet een mezoeza en deze wordt vaak aangebracht op de deurposten van Joodse huizen. Het kokertje bevat een klein rolletje perkament met een tekst uit de Bijbel die ons herinnert aan de aanwezigheid van God en het opvolgen van Zijn geboden.

De tekst
De tekst in het kokertje komt uit Deuteronomium 6:4-9 en 11:13-21. Een onderdeel van deze tekst luidt: “Hoor Israël, de Eeuwige is onze God, de Eeuwige is één. Je zult de Heer, je God liefhebben met heel je hart en heel je ziel. Neem deze woorden die ik je als gebod voorschrijf ter harte. Je moet ze voor je kinderen telkens weer herhalen en er over spreken als je thuis bent en onderweg bent, als je gaat slapen en als je opstaat. Bind ze als een teken op je hand en als een symbool op je voorhoofd. Schrijf ze op de deurposten van je huis en aan je poorten.”

Voorschriften
De mezoeza dient op de rechter deurpost aangebracht te worden. De tekst op het perkament dient met de hand geschreven te zijn. Op de achterkant van het perkament is het woord Shaddai, שדי geschreven. Dit is één van de benamingen voor God. De drie letters van deze naam vormen ook het acroniem voor de Hebreeuwse woorden die ‘bewaker van de toegangspoorten van Israël’ betekenen. De eerste letter van het woord Shaddai, de letter Sjin, שׁ vind men ook terug op de buitenkant van de mezoeza. Het is de gewoonte om bij binnenkomst en vertrek de mezoeza met de vingers aan te raken om op die manier steeds bewust te zijn van Gods woorden en Zijn aanwezigheid.

De sjabbat

Challah brood

De sjabbat
De sjabbat is de Bijbelse rustdag. Volgens het Oude Testament de zevende dag van de week, de zaterdag.
In het eerste Bijbelboek, Genesis wordt beschreven hoe God hemel en aarde schiep. Op de zesde dag schiep God de mens en op de zevende dag stopte Hij met Zijn scheppende werk.

Genesis 2:1-3 “Hemel en aarde en alles wat er bij hoorde waren voltooid. Op de zevende dag had God zijn werk voltooid en stopte Hij met al het werk dat Hij verricht had. God zegende de zevende dag en verklaarde deze heilig  omdat Hij op deze dag ophield met al Zijn scheppingswerk.”

De sjabbat is niet alleen een rustdag; het is een heilige dag. Het is een dag die zich duidelijk moet onderscheiden van de overige zes dagen van de week. Het houden van de sjabbat is zó belangrijk dat deze is opgenomen in de tien geboden. Het is een dag die gewijd moet worden aan Godsdienstige zaken; aan het verrijken van de geest en het samenzijn met de familie. Er wordt op de sjabbat dus niet gewerkt en men houdt zich niet bezig met materiële zaken. In het orthodoxe jodendom beschouwt men iedere scheppende handeling als werk, immers God stopte op de zevende dag met creëren. Voorbeelden van scheppende handelingen zijn bijvoorbeeld schrijven en het bereiden van voedsel. Maar ook het bedienen van elektrische apparaten of het maken van licht door het aansteken van kaarsen.

Sjabbatavond
De sjabbat begint op vrijdagavond na zonsondergang en duurt tot zaterdagavond zonsondergang. Het is de gewoonte dat de vrouw des huizes vlak voor het ingaan van de sjabbat namens het gezin de sjabbatkaarsen aansteekt. Over deze kaarsen wordt vervolgens een zegening uitgesproken. De kaarsen staan symbool voor het dubbele gebod uit de Thora: “Gedenk de sjabbat” en “Houd je aan de sjabbat”. Ze staan ook symbool voor huiselijke vrede, harmonie en zegen.

Na het aansteken van de kaarsen begint de vrijdagavondmaaltijd. Deze dient al vóór aanvang van de sjabbat bereidt te zijn. Immers, op sjabbat mag er niet meer gekookt worden. Voor het begin van de maaltijd worden er vaak liederen gezongen en wordt de kidoesj uitgesproken, dit is een speciale zegening die wordt uitgesproken op de sjabbat en andere feestdagen. De vrijdagavondmaaltijd dient een feestelijke en rijkelijke maaltijd te zijn. Het is de traditie om hierbij ook Challah brood te eten. Dit zijn twee gevlochten broden. Ze stellen de dubbele portie manna voor die iedere vrijdagavond uit de hemel viel tijdens de 40-jarige tocht door de woestijn van het joodse volk ten tijde van de uittocht uit Egypte. Tijdens de sjabbat begroet men elkaar men de woorden: “sjabbat sjalom”.

De joodse Bijbel

Moses with tablets of the Ten Commandments (1659), painting by Rembrandt
Mozes met de 10 geboden (Rembrandt, 1659)

De joodse Bijbel
De Joodse Bijbel wordt Tenach genoemd en deze is vrijwel identiek aan wat de christenen later het Oude Testament zijn gaan noemen. Het vertelt de geschiedenis van het Joodse volk, bevat leefregels en wetten van God maar bijv. ook poëzie, wijsheden, lofprijzingen en klaagliederen. De gehele joodse religie is gebaseerd op de Tenach.

De Tenach is geschreven in het Hebreeuws en Aramees en kreeg waarschijnlijk zijn definitieve vorm rond 600 voor de gewone jaartelling (v.d.g.j.). De oudste nog bestaande overblijfselen van de Tenach, de Dode Zee-rollen, zijn in 1947 gevonden in Israël en worden gedateerd rond 250 v.d.g.j.

Volgens de joods orthodoxe leer heeft Mozes op de berg Sinaï niet alleen de 10 geboden ontvangen maar is de gehele Thora (het grootste deel van de Tenach) daar aan hem geopenbaard. Dit zou zijn geweest rond 1300 v.d.g.j. Het progressieve jodendom stelt dat de Thora is opgeschreven met Goddelijke inspiratie en dat deze door de eeuwen heen verder is ontwikkeld.

De Tenach bestaat uit de volgende onderdelen:

  • De Thora, ook wel Pentateuch of ‘de 5 boeken van Mozes’ genoemd
    Deze bestaat uit de boeken: Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium
  • De Profeten
  • De Geschriften

Verschillen tussen de joodse en christelijke Bijbel
In het christendom bestaat de Bijbel uit twee delen, het Oude en het Nieuwe Testament.
Het Oude Testament is geschreven en overgeleverd in het Hebreeuws en Aramees in de eeuwen vóór de gewone jaartelling; het Nieuwe Testament is geschreven in het Grieks rond 100 ná de gewone jaartelling. De christenen beschouwen beide boeken als onderdeel van de Bijbel. Het jodendom erkent alleen het Oude Testament, de Tenach.

De Tenach is dus de Joodse Bijbel en deze is vrijwel identiek aan het Oude Testament. De Tenach bevat 39 Bijbelboeken net zoals het Oude Testament binnen het protestantisme. Het Oude Testament binnen de Rooms-Katholieke Kerk bevat echter 7 boeken meer. De volgorde van de boeken is ook verschillend maar de inhoud is gelijk.